Lees...
Spoedcursus Kees de jongen (Jonathan van het Reve)
– Is het nog ver?
Gaat wel. Ben je moe?
– Mwa.
Zullen we de zwembadpas nemen?
– De wát?
Ken je die niet?
– De zwembadpas? Nee.
Zo liep Kees de jongen altijd naar het zwembad.
– Tsss. Wie heet er nou Kees de Jongen?
Hoezo?
– Dat is toch een rare naam?
Bedoel je dat je Kees de jongen niet kent?
– Nee. Is dat zo gek?
Gek? Ach, wat is gek? Veel mensen kennen hem niet, maar hij was zo’n beetje de belangrijkste Amsterdamse jongen ooit.
– O. Dan zou ik hem toch moeten kennen. Was hij een held? Of een kampioen?
Nee, hij was juist heel gewoon. Kees de jongen. Gewoon een jongen. Eigenlijk heette hij Kees Bakels.
– Maar als hij gewoon een jongen was, waarom was hij dan zo belangrijk?
Omdat hij ook heel bijzonder was.
– Heel sterk of zo?
Nee, niet heel sterk. Hij was... ánders.
– Niet helemaal goed, bedoel je.
Juist wel! Heel goed juist! Maar anders dan de andere jongens. Toen hij bijna klaar was met school bijvoorbeeld, en alle kinderen mochten een cadeau kiezen, koos Kees als enige schaakstukken.
– Kon-ie dan goed schaken?
Nog niet, maar met die stukken kon hij dat natuurlijk leren. En Kees fantaseerde al meteen dat hij zo goed zou worden dat hij na een paar potjes de meester van de klas zou verslaan. Dat kon hij het allerbeste: fantaseren wat hij allemaal zou kunnen.
– Maar dat kan ik ook.
Ja, maar Kees was er écht goed in. In verzinnen, in dromen. In die dromen was hij de jongen waar iedereen naar keek. Was hij een ridder, een redder, een jongen met speciale talenten. Eigenlijk zou je kunnen zeggen dat Kees uit twee Kezen bestond. We moeten hier trouwens rechtsaf.
– Twee Kezen?
Ja. Eentje die een gewone Amsterdamse schooljongen was, de ‘echte’ Kees zeg maar. En eentje die mooie avonturen beleefde en die steeds maar de kans kreeg om allerlei dingen te proberen, dingen waar hij dan heel goed in bleek te zijn. En die ‘Superkees’ was eigenlijk de fantasie van de gewone Kees, begrijp je? Want in het echt liep het natuurlijk vaak anders; dan moest Kees bijvoorbeeld zijn best doen om niet te klagen dat er te weinig geld was voor mooie kleren, of speciale gymschoenen.
– Wat deden zijn ouders dan?
Die hadden een schoenenwinkel. Maar dat ging niet zo goed: soms waren er dagen dat er geen enkel paar schoenen werd verkocht. En de vader van Kees was eigenlijk heel ziek. Kees merkte dat allemaal, ook al probeerden zijn ouders het voor de kinderen te verbergen. Hij begreep wat er moest gebeuren, soms beter dan zijn ouders. Ook toen zijn vader doodging en zijn moeder achterbleef zonder geld en met drie kinderen.
– Dat is wel knap.
Ik zei toch al dat-ie heel bijzonder was? Hij was een jongen, maar hij leek soms wel volwassen.
– En wat moest er dan gebeuren?
Nou: Kees moest een baantje zoeken. En dat terwijl hij nog niet eens klaar was met school.
– Echt? Wat zielig! Dat is kinderarbeid!
Een beetje zielig ja, dat wel. Maar het was Kees zijn eigen idee! Je had zijn moeder moeten zien toen hij ermee kwam. En hij was natuurlijk heel trots dat-ie nu zo belangrijk was en zijn moeder hem hard nodig had. Het enige nadeel was eigenlijk... nou ja...
– Wat?
Rosa. Rosa Overbeek. Dat was het bijzonderste meisje van de hele school. Verheven boven alle andere meisjes. En daarom kon ze het heel goed vinden met Kees. Maar ja... toen Kees van school ging...
– Zeg, hoe weet je dit eigenlijk allemaal?
Omdat Theo Thijssen het heeft opgeschreven in een boek. Hij was zelf schoolmeester, en hij begreep precies hoe het was om een schooljongen te zijn. En dat boek, over Kees Bakels dus, dat heet Kees de jongen.
– En dat is nieuw?
Nee, oud juist: het verscheen al in 1923. Maar nog steeds is het van heel veel mensen het lievelingsboek. Sommige dingen veranderen niet. Als je in Amsterdam aan iedereen gaat vragen wat zijn lievelingsboek is, dan wint Kees de jongen.
– Waarom dan?
Ik denk omdat Kees voor iedereen zo herkenbaar is: de dromer, de jongen die zo graag goed wil doen. Ieder kind heeft een beetje een Kees in zich. En veel volwassenen ook. Wat ik al zei: Kees was heel gewoon, én heel bijzonder.
– En die pas?
O ja, de zwembadpas. Zal ik het laten zien? Het is een manier om heel hard te lopen zonder dat je moe wordt. De geleerden zijn het niet helemaal eens over de precieze bewegingen, maar ik zal je laten zien wat ik ervan weet. Let op, daar gaat-ie. Kijk, je buigt een beetje voorover – zo – en je neemt grote stappen. En je beweegt je armen langs je lichaam – zo –, en hup! Dan ga je gewoon.
– O ja. Nou. Even kijken... Wacht even hoor – hee, dat gaat inderdaad lekker!
Ja toch?
– Ja! We lijken wel schaatsers! Wauw! Trouwens, waar gaan we eigenlijk naar toe?
Naar een toneelstuk, dat weet je toch?
– Maar waarover dan?
Zeg ik niet!

Recente momenten
Overige momenten
|
Naam |
Titel |
|---|---|
| corg | Jongenskoor |
| corriene nelissen | Geadopteerd |
| evert hummelen | na 40 jaar |
| frans teitler | Mank |
| Freddurf | Een echte 'Kees de Jongen' en 'Rosa Overbeek' brug' |
| Hanna Bervoets | Run |
| hans | Tijd voor koffie |
| Henri van Lieshout | Mijn droomkees. |
| Jan | Paarden in Amsterdam |
| jancarmiggelt | Euforie |
- 1 of 3
- ››
Fanteller


Word Fan!
Fans hebben een streepje voor: ze kunnen hun eigen Kees de jongenmoment publiceren en reageren op de bijdragen van anderen.
Voor Fans
Kees de jongen Fansite nieuwsbrief
Nieuws
17 december was het Keesfeest in de Schouwburg...
© 2009-2010 De Toneelmakerij


Recente reacties
1 week 25 min geleden
11 weken 2 dagen geleden
43 weken 4 dagen geleden
43 weken 6 dagen geleden
44 weken 5 dagen geleden
44 weken 5 dagen geleden